top of page
1_edited.jpg

Prehistorie

400.000 - 3.000

V.Chr

Tijd van Jagers en Boeren

  • De levenswijze van jager-verzamelaars.

  • Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.

  • Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.

De prehistorie

​

De prehistorie begon met het ontstaan van de menselijke soort, Homo sapiens. Het is belangrijk op te merken dat de precieze datum waarop de prehistorie begon afhankelijk is van de regio waar we naar kijken, omdat verschillende delen van de wereld op verschillende tijdstippen werden bewoond door mensen.


Over het algemeen wordt de prehistorie gedefinieerd als de periode vóór het ontstaan van geschreven geschiedenis. Het omvat het tijdperk waarin mensen geen schriftelijke documentatie achterlieten en in plaats daarvan vertrouwden op mondelinge overlevering en materiële overblijfselen om informatie te verzamelen over het leven in die tijd.


In grote delen van de wereld wordt de prehistorie geacht te zijn begonnen met het opduiken van de eerste mensachtigen, zoals de Homo habilis, ongeveer 2,5 tot 2 miljoen jaar geleden. De prehistorie liep door tot het moment waarop de mensheid begon met het schriftelijk vastleggen van gebeurtenissen, wat in verschillende regio's rond 3.000 tot 4.000 jaar geleden plaatsvond.


Het is echter belangrijk op te merken dat deze datums ruwe schattingen zijn en dat archeologen en wetenschappers voortdurend nieuwe ontdekkingen doen die onze kennis van de prehistorie kunnen veranderen.


Een letterlijke vertaling van prehistorie betekent dus eigenlijk voorgeschiedenis, omdat in die tijd nog geen geschreven documenten bestonden. Binnen het onderwijs handteren we de indeling van de geschiedenis in tien tijdvakken. Daarin wordt de prehistorie, het eerste tijdvak, ook wel de tijd van jagers en boeren genoemd.


In de prehistorische wereld leven nog niet veel mensen. Historici denken dat ongeveer 14 miljoen mensen de aarde bewoonden. Uit sporen is bekend dat de mensheid is ontstaan in Afrika. Van daaruit verspreidde de mens zich langzaam. Deze verspreiding ging niet snel, doordat grote gedeelten van de continenten onder een dik pak ijs lagen. Leven op die ijzige vlaktes was niet mogelijk. Deze ijsvorming gebeurde enkele keren en worden dan ook wel ijstijden genoemd.


Rond 10 000 v.C. kwam een einde aan de laatste ijstijd. De temperatuur steeg, grote ijskappen maakten plaats voor bossen en moerassen. In Europa ontstonden kuddes met rendieren. Dankzij de stijgende temperaturen kon de dierenwereld ook afwisselender worden. Eerst graasden grote kuddes rendieren in heel Europa. Maar deze grote grazende dieren stierven uit. In plaats daarvan kwamen herten en andere kleinere dieren. Hierdoor kon de mens terugkeren naar de noordelijke delen van Europa en op deze dieren jagen. Uit deze groepen mensen, ontstonden de eerste samenlevingen.

De leefwijze van jagers en verzamelaars

De rotstekening hiernaast is omstreeks 15.000 voor Christus aangebracht in een grot in de buurt van het Franse dorpje Lascaux.

Op de grotschildering zie je een verscheidenheid van dieren waarop de eerste mens jaagde. Deze eerste mensen leefden van het voedsel wat zij jaagden en de planten die zij verzamelden. Zij waren nomaden die voor hun onderkomen gebruik maakten van grotten en eenvoudige hutten die gemaakt werden van hout en dierlijkmateriaal.

Jagen en verzamelen kostte veel tijd, vandaar dat de eerste mens waarschijnlijk voortdurend hiermee bezig was. De nomadische gemeenschappen waren klein, vanwege de beperkte hoeveelheid voedsel dat beschikbaar was. Daarnaast hadden deze eerste mensen weinig bezittingen, omdat ze rondreisden. Deze bezittingen waren met eenvoudige werktuigen gemaakt.

Bijna alles wat historici weten van deze nomadische volken, komt uit onderzoek van materiële bronnen. Deze eerste volken kenden geen schrift, vandaar dat historici de periode van jagers en verzamelaars de prehistorie noemen. Wanneer de prehistorie eindigt, verschilt per volk.

4.JPG

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

Tien- tot twaalfduizend jaar geleden vond in het Midden-Oosten een ingrijpende verandering plaats: de landbouwrevolutie, ook wel neolithische revolutie genoemd.

Deze verandering gebeurde niet van de een op de andere dag, maar verliep geleidelijk. Vandaar dat de eerste boeren naast de landbouw ook nog op jacht gingen en eetbare planten verzamelden. De eerste boeren zochten naar plekken waar planten snel groeiden. Vaak waren dat vruchtbare rivierdalen. Op die plek maakten zij de grond gereed voor het verbouwen van gewassen en het houden van getemde dieren.

Een ander kenmerk van landbouwsamenlevingen was dat mensen op een vaste plaats bleven wonen. Vrouwen konden daardoor meer kinderen krijgen, aangezien zij eerst beperkt werden; je kon immers maar één kind tegelijk dragen. De groepen waren groter dan die van de jagers en verzamelaars. Daarnaast ontstonden er sociale verschillen tussen mensen. Boeren die meer verbouwden dan zijzelf opaten, betaalden andere mensen uit in voedsel om voor hen te werken. Bovendien betekende zo’n overschot aan landbouwgoederen dat boeren in sommige seizoenen tijd overhielden, dat konden ze besteden aan zaken die niet direct met hun levensonderhoud te maken hadden.

Onze kennis over deze eerste landbouwsamenlevingen komt meestal uit materiële bronnen, soms aangevuld met teksten geschreven door tijdgenoten.

5.JPG

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

Jaarlijks overstroomden de rivieren in de vruchtbare rivierdalen van Mesopotamië (het huidige Irak) en Egypte en lieten vruchtbare grond achter om op te verbouwen en voorzag de akkers van voldoende water om de gewassen te laten groeien. Daarnaast werd irrigatie gebruikt om akkers van voldoende water te voorzien. Hierdoor ontstond een voedseloverschot. Dat bood ruimte voor economische specialisatie in deze gemeenschappen: arbeidsdifferentiatie. De mensen die niet meer direct afhankelijk waren van de landbouw, gingen samenwonen op plekken die makkelijk toegankelijk waren. Hieruit ontstonden de eerste stedelijke gemeenschappen.

Deze eerste stedelijke centra hadden nog geen marktfunctie, want er was ook geen geld. Producten werden door boeren in pakhuizen opgeslagen om vervolgens geruild te worden met de niet-producerende lagen van de bevolking. De eerste steden bestonden vooral uit tempelcomplexen en bestuursgebouwen.

​

Om het water eerlijk over een gebied te verdelen, moest de waterhuishouding goed georganiseerd worden. Mede daardoor ontstond een gelaagde samenleving met een koning die leidinggaf aan priesters, ambtenaren, soldaten, ambachtslieden en handelaren.

In zo’n gelaagde samenleving was het noodzakelijk een administratie bij te houden van voedselvoorraden. Men moest bij kunnen houden hoeveel achteruit moest worden gehouden voor het volgende zaaiseizoen en hoeveel er geconsumeerd kon worden. Daarvoor werd rond 3300 v.C. in Mesopotamië een schrift ontwikkeld en kwam er voor deze gemeenschap een einde aan de prehistorie.

Sumerië-Wikimedia-Commons.jpg
1. Jagers en Boeren
bottom of page